
De Fabeltjeskrant
Kindertelevisie met een boodschap
29 september 1968
Het was nieuw, leerzaam en kleurrijk: de kijkbuiskinderen werden graag voorgelezen uit De Fabeltjeskrant. In het Grote Dierenbos werd het beestje bij de naam genoemd, want ‘dieren zijn precies als mensen’.

Morgen start de NTS op beide zenders om 18.55 uur met de nieuwe kinderserie De Fabeltjeskrant. (…) Zoals bekend bevat elke „krant” een bewerking van de befaamde dierenfabels van La Fontaine. De serie wordt gemaakt door Thijs Chanowski Productions in Amsterdam. Zijn filmfabriek levert momenteel per dag twee afleveringen in kleur af. De stemmen van de poppen zijn die van Frans van Dusschoten, Ger Smit en Elsje Scherjon.
NRC Handelsblad, 28 september 1968

Deze vriendelijke, wijze uil zal van zondag 29 september af dagelijks de „Fabeltjeskrant” openslaan en de Nederlandse kleuters spannende, maar vooral leerzame avonturen laten meebeleven van een stel aardige en onaardige fabeldieren. (…) De fabeldieren, die zich steeds in kleur laten zien, hopen het in ieder geval tot het eind van het jaar op het beeldscherm uit te houden.
Algemeen Dagblad, 28 september 1968
Franse fabels
De Fabeltjeskrant was oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke invulling voor de kinderprogrammering. Pipo de Clown zou er een jaar tussenuit gaan (elke clown verdient een sabbatical) en Barend de Beer werd een lange winterslaap gegund. De NTS ging op zoek naar een opvolger en kwam terecht bij televisieproducent Thijs Chanowski. Hij had jaren ervoor enkele filmpjes gemaakt met dierenpoppen, op basis van Franse fabels. Voor een nieuwe reeks was haast geboden: binnen een maand moest het programma op zender gaan. Poppen en decors werden ontwikkeld en voor de teksten werd Leen Valkenier aangetrokken. Bekende toneelspelers werden gestrikt om de stemmen in te spreken.
zondag 29 september 1968, 18.55 uur
De Fabeltjeskrant, Nederland 1 en 2 (NTS)
De uitzending
Op twee zenders tegelijk is de eerste aflevering van De Fabeltjeskrant te zien – en dan ook nog eens in kleur! Meneer De Uil heet de ‘lieve kijkbuiskinderen’ welkom en brengt het laatste nieuws uit het Grote Dierenbos. Uitgesproken types als juffrouw Ooievaar, Bor de Wolf en Ed en Willem Bever maken voor het eerst hun opwachting. De aflevering duurt slechts vijf minuten (waarvan er één minuut al opging aan de fameuze intro). De dagen erop zou het programma elke avond vlak voor zevenen te zien zijn.

Om vijf voor 7 verscheen de eerste Fabeltjeskrant. Wat mij vooral trof bij dit nieuwe kinderuurtje waren de prachtige kleuren, maar zo lang de meeste kijkers ze niet zien, missen ze ze ook niet en. . . blijft de verkoop van kleuren-tv’s verder achterop bij de door de fabrikanten gewenste schema’s.
De Friese Koerier, 30 september 1968

Behalve de uitspraken „omdat ik het leuk vind” werd grote waardering uitgesproken voor de uitvoering van de poppen in de Fabeltjeskrant en de stemmen. Duidelijke lof was er ook voor de afwisseling, het fabelkarakter, en het leerzame element. Het succes van de Fabeltjeskrant beperkt zich niet tot de kinderen alleen, getuige de opmerking „Ik vind de Fabeltjeskrant leuker omdat de groten er ook naar kijken en mijn zus kijkt er ook naar”.
‘Kijkmuizen’ in De Tijd, 22 februari 1969
Kindertelevisie met een boodschap
“De Fabeltjeskrant viel op door de bijzonder mooie kleuren”, oordeelde de tv-recensent van Nieuwsblad van het Noorden de dag na de eerste uitzending. Voor wie een kleurentelevisie had, was het een van de eerste programma’s die kleur bracht op het scherm. Met een vast uitzendtijdstip, dagelijks en op twee netten, werden de dieren vertrouwde gezichten in de huiskamer. Dat er af en toe een hand van een poppenspeler zichtbaar was, brak de magie niet.
De eerste afleveringen waren nog sterk gebaseerd op de Franse fabels, met een duidelijke boodschap aan het einde. Al snel kreeg schrijver Leen Valkenier de vrije hand. Het moralistische toontje verdween en nieuwe dieren deden hun intrede in het bos. Vooral Ed en Willem Bever, twee bouwvakkers met een Rotterdams accent, werden geliefde bosbewoners.
Het was dan wel een kinderserie, kinderlijk waren de dialogen niet. De ‘kijkbuiskinderen’ werden behandeld als jeugdige volwassenen. Dat was nieuw op televisie. Naast de knipoog van meneer De Uil aan het einde van elke aflevering, stikte het van de knipogen naar de echte wereld. Zo eiste Truus de Mier haar rechten op als vrouw in de discussie over ‘emanseplatie’ en kwamen er gastarbeiders uit het ‘Buitenste Buitenbos’. Een omstreden volkstelling in Nederland bracht een ‘grote dierentelling’ naar het bos. Na de opening van de eerste vestiging van McDonald’s in Nederland, konden de dieren fastfood ontdekken in Piets Smikkelpaleis. In 1972 organiseerde De Fabeltjeskrant, gelijktijdig met de editie voor ‘de mensen’, een Songfestival. Omdat juffrouw Ooievaar als jury niet kon kiezen, mochten de kijkers hun winnende lied per post opsturen. Producent Thijs Chanowski ontving ruim 140.000 brieven. Toepasselijk werd ‘ome’ Gerrit de Postduif de winnaar.
Het Grote Dierenbos is meerdere malen in haar bestaan bedreigd door de buitenwereld. Ondanks protest van tv-kijkers kwam De Fabeltjeskrant in 1972 voor het eerst tot een einde, al bleven de herhalingen populair. In 1985 volgde een nieuwe reeks, mede ingegeven door de mogelijkheden het dierenbos financieel uit te buiten. De serie sloeg namelijk ook aan in het buitenland en merchandise bleek uitermate geschikt. Nog enkele malen werden de dieren van stal gehaald, zelfs in 3D-variant. Dat het een van de populairste kinderseries ooit was, is geen fabeltje.
5x kindertelevisie
1. Pipo de Clown (1958)
De VARA had voor de jeugdige kijkers Pipo de Clown uit het circus getrokken, gespeeld door Cor Witschge. In de eerste jaren werd het programma nog live uitgezonden vanuit Studio Vitus, daarna trok de clown er met zijn pipowagen op uit. In 1980 klonk voor de laatste keer “Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen” op televisie.
2. Floris (1969)
Regisseur Paul Verhoeven mocht van de NTS zijn gang gaan voor de ridderserie Floris – en dat deed hij. Het budget werd met driehonderd procent overschreden en twaalf afleveringen konden nog net worden gemaakt. Het was wel een enorm succes, met drie miljoen kijkers per aflevering en de doorbraak van hoofdrolspeler Rutger Hauer.
3. Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? (1972)
Miljoenen mensen keken naar de muzikale KRO-serie, gebaseerd op het sprookje van de rattenvanger van Hamelen. Van de 45 afleveringen zijn er veel verloren gegaan, maar gelukkig had onder meer hoofdrolspeler Rob de Nijs er een paar op band opgenomen.
4. De Stratemakeropzeeshow (1972)
Aart Staartjes, Wieteke van Dort en Joost Prinsen waren de drijvende krachten achter de brutale typetjes in deze VARA-jeugdserie. In de sketches en liedjes ging het regelmatig over poep en pies; De Telegraaf sprak er schande van dat de jeugd ‘schuttingtaal leerde bij de VARA’.
5. Bassie en Adriaan (1978)
Een kleine twintig jaar lang waren de avonturen van de gebroeders Bas en Aad van Toor te volgen: op zoek naar de verzonken stad, de verdwenen kroon of achtervolgd door de plaaggeest. Bassie en Adriaan waren razend populair, net als de baron (‘drommels!’) en boef B100 (‘Ik heb ook altijd pech…’).
Bekijk meer beeldbepalende momenten uit 75 jaar tv:
© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden