De hoofdpersoon in Dood op verzoek stierf alles behalve een stille dood. De documentaire over euthanasie werd veelbekeken en vooral veelbesproken. Was het taboedoorbrekend of een geval van ‘de een zijn dood, is de ander zijn brood’?

Euthanasie
Het was 1984 toen documentairemaker Maarten Nederhorst in de krant las over een arts die in huilen was uitgebarsten na het uitvoeren van een euthanasie. Op dat moment kwam het idee voor de documentaire in hem op, vertelde hij jaren later in Het Parool. “Ik begon mij af te vragen hoe het voor een arts moest zijn om zijn eigen patiënt dood te maken.” In Nederland was euthanasie nog bij wet verboden, al zette in hetzelfde jaar de Hoge Raad de deur op een kier door hulp bij levensbeëindiging te gedogen ‘bij noodtoestand’. Het kostte Nederhorst jaren om een arts te vinden die mee wilde werken. En dan moest er natuurlijk ook nog een patiënt zijn die in de laatste fase van het leven op camera wilde verschijnen.

Die bleek er te zijn. Cees van Wendel de Joode had de spierziekte ALS en zijn gezondheid takelde snel af. Hij had aan zijn huisarts Wilfred van Oijen gevraagd om euthanasie. Cees, zijn vrouw Anthoinette, de huisarts en de documentairemaker: allemaal wilden ze het onderwerp euthanasie uit de ‘achterkamertjessfeer’ halen. De interkerkelijke omroep IKON was bereid gevonden om de documentaire Dood op verzoek uit te zenden. Vooraf werd er in de media weinig aandacht aan besteed, op enkele aankondigingen na. Over het onderwerp was in actualiteitenprogramma’s en talkshows de jaren ervoor immers al volop gesproken. Dat euthanasie op beeld toch meer los zou maken dan enkel erover praten, bleek pas achteraf.

donderdag 20 oktober 1994
Dood op verzoek, Nederland 1 (IKON)

Aantal kijkers: 700.000 kijkers

De uitzending
In de praktijk van Wilfred van Oijen is het een komen en gaan van mensen. In het huis van Cees en Anthoinette staat het leven juist stil. Het echtpaar runde jarenlang een eethuisje in Amsterdam, vertelt de voice-over. “Maar dan openbaart de ziekte zich: ALS, een spierziekte die het begin is van een kort maar hevig aftakelingsproces.” Daar is geen remedie voor, vertelt Van Oijen in de auto op weg naar de patiënt. Hij is verbaasd als hij Cees in een rolstoel ziet. “Het is heel hard gegaan”, brengt Cees met veel moeite en vrijwel onverstaanbaar uit. Zijn vrouw fungeert tijdens het gesprek als tolk. Slikken en ademhalen, het gaat allemaal steeds moeizamer. De dokter stelt voor om een tweede arts te gaan betrekken, om het euthanasieproces in gang te zetten. “Daar moeten we niet lang mee wachten”, brengt Cees nog uit, om daarna in huilen uit te barsten. 

Alle stappen op weg naar de levensbeëindiging worden gevolgd. Het gesprek met de tweede arts, met de neuroloog en meermaals met Cees en Anthoinette. Maar vooral wordt met Van Oijen meegekeken. Als gelovig man probeert hij het beste te doen, biecht hij aan de documentairemaker op. “Maar een van de tien geboden, ‘gij zult niet doden’, spreekt u niet aan?”, wordt scherp gevraagd. “Ik ben niet van plan om straks met m’n uzi mensen neer te gaan maaien. Dat is van heel andere orde dan dat ik als arts mensen mag begeleiden, om te zorgen dat ze niet langer lijden dan ze zelf willen.”

Cees hoopt zijn verjaardag nog te halen, op 3 maart. Dat lukt. Diezelfde avond komt de huisarts langs om de euthanasie te volbrengen. Cees kan niet meer duidelijk praten, maar met behulp van een letterbord vraagt hij aan zijn huisarts of die er moeite mee heeft. “Nou, ik kom hier wel met lood in de schoenen.” In zijn rolstoel gaat Cees naar het bed verderop in de woonkamer. Hij wordt in slaap gebracht, om vervolgens de injectie te krijgen. In het bijzijn van zijn vrouw en de huisarts blaast Cees een paar minuten later zijn laatste adem uit. “Het is goed zo”, spreekt Anthoinette. Terwijl zij een sigaret opsteekt, leest Van Oijen de laatste brief van Cees aan haar voor. “Het was een heerlijke tijd dankzij jou, daarom valt het afscheid mij zo zwaar. Ik hoop dat de herinnering aan deze mooie jaren je voldoende kracht en troost bieden om de eenzaamheid dragelijk te maken.” Het had Cees de dag ervoor vijf uur gekost om de brief te typen.

‘Lijkenpikkers’
Veel kijkers waren geraakt door de documentaire en hadden niets dan lof voor de openheid van het echtpaar en Van Oijen. Kritiek was er ook, niet eens zozeer over de euthanasie zelf, maar over de vraag of je het leed zo moest etaleren op televisie. Prominente columnisten vroegen zich af waarom zo’n beladen moment moet worden uitgezonden. ‘Lijkenpikkers’ werden de makers genoemd, of nog erger, ‘moordenaars’. De documentaire ging een eigen leven leiden, zeker toen veelal alleen de laatste minuten werden besproken. De makers voelden zich genoodzaakt in de weken erop meermaals te benadrukken dat het een integer verhaal was en zeker geen propaganda. Ze wilden enkel euthanasie een gezicht geven.

De dag na de uitzending belden talloze buitenlandse zenders naar de publieke omroep. Allemaal wilden zij Dood op verzoek aankopen. Nog nooit was er zoveel belangstelling geweest voor een Nederlandse uitzending. De documentaire werd aan meer dan vijftig landen verkocht. Tot ongemak van de publieke omroep leverde het een recordbedrag van een miljoen gulden op. In Engeland leidde de vertoning tot protesten. In Britse media werd gespeculeerd dat in Nederland euthanasie ‘doodnormaal was en werd toegepast als je geen nut meer had’. In Oostenrijk werd de uitzending gevolgd door een discussieprogramma van anderhalf uur. In Italië werd de documentaire meerdere malen uitgesteld, om bij de uiteindelijke vertoning voortijdig te worden afgezet. De Paus had er schande over gesproken. “Wat zou Cees dáár een lol om hebben gehad”, liet weduwe Anthoinette desgevraagd aan Trouw weten.

In februari 1995 werd de documentaire nogmaals herhaald in Nederland. Dit keer als slotstuk van een complete thema-avond over euthanasie getiteld Een goede dood. Het zwengelde de politieke discussie verder aan. Door de documentaire was huisarts Van Oijen in de maanden erop bedolven onder verzoeken tot euthanasie. Hij bleef patiënten bijstaan in hun levensbeëindiging, tot 1997. Bij de euthanasie van 84-jarige vrouw had Van Oijen volgens de rechter niet de juiste procedure gevolgd. Hij werd veroordeeld voor moord, zonder strafoplegging. Een triest einde van de carrière van de huisarts, die zowel een maatschappelijke discussie als baanbrekende televisie had gemaakt.

5x dood op tv

1. Een milde dood (1972)
In het actualiteitenprogramma Hier en Nu was in 1971 al een reportage geweest over een Amsterdamse arts die het leven had beëindigd van een ongeneeslijk zieke patiënt. Documentairemaker Henk Mochel maakt het jaar erop de reeks Een milde dood over euthanasie.

2. Over mijn lijk (2006)
Dat BNN naast brutale ook indrukwekkende programma’s kon maken, bewees de omroep met Over Mijn Lijk. Hierin werden jongvolwassenen gevolgd en geïnterviewd die ongeneeslijk ziek waren. Uit kijkersonderzoek bleek het programma meermaals het best gewaardeerd NPO-programma te zijn.  

3. Anatomie voor beginners (2007)
Het was leerzaam maar vooral luguber: de achtdelige serie Anatonomie voor beginners op John de Mols zender Tien. De Duitse Gunther von Hagens en de Britse John A. Lee begaven zich tussen de opzette lichamen. CDA-Kamerlid Joop Atsma vond het walgelijk en ging ‘tijdens de uitzending over zijn nek’.

4. De Kist (2009)
Met een doodskist boven op een okergele Fiat 500 werden BN’ers thuis opgezocht om over de dood te praten. EO-presentatoren Herman Wegter en later Kefah Allush bespraken in De Kist de zin van het leven en de angst voor de dood. Een gesprek met generaal Peter van Uhm leverde Allush in 2019 de Sonja Barend Award op voor het beste tv-interview.

5. Laat je niet kisten (2020)
Het moest een humoristisch programma worden bij SBS6, waarin bekende Nederlanders aanwezig zouden zijn op hun eigen fictieve begrafenis. Een paar maanden na de aankondiging brak de coronacrisis uit en was er al genoeg dood en verderf op televisie. Het programma-idee stierf een stille dood.

Bekijk meer beeldbepalende momenten uit 75 jaar tv:

© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden