Het was grappig bedoeld: een sketch waarin televisie als nieuwe ‘religie’ werd aanbeden. Maar het lachen verging de makers snel. Het satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer zorgde voor honderden boze brieven, talloze opzeggingen en zelfs doodsbedreigingen.

Heilige huisjes
Zo ‘neutraal mogelijk alles willen bekritiseren’. Dat was de insteek van het nieuwe VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer. Het was de Nederlandse versie van de Britse satirische show That Was The Week That Was, dat in Engeland al voor flink wat opschudding had gezorgd door de scherpe aanpak van zaken. Voor het cabaret in Nederland waren onder andere schrijver Gerard van ’t Reve en columnist Jan Blokker gestrikt. Tot grote verbazing deed ook Mies Bouwman mee aan het maandelijkse programma. De presentatrice was geliefd geraakt bij de kijker, opgehemeld zelfs, met Open het Dorp. In het satirische programma kon ze een andere kant van zichzelf laten zien.

De eerste aflevering begon nog braafjes, al ontving de VARA al wel tientallen boze telefoontjes na een paar grapjes over het Koninklijk Huis. In de derde aflevering bleek een trap tegen één heilig huisje van grote impact: religie.

zaterdag 4 januari 1964, 22.05 uur
Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer, VARA

De uitzending
Als ware een dominee spreekt cabaretier Peter Lohr de kijkers toe. Hij kondigt een nieuw intens geloof aan. “Elke avond verzamelen zich de gelovigen rond het tabernakel en ontsteken het Heilige Beeld.” Ondertussen verschijnen daken met tv-antennes in beeld. Waar de christenen het kruis hebben, is bij beeldreligie de tv-antenne hét heilige symbool. Na drie minuten wordt de sketch afgesloten met een kort gebedje. “Geef ons heden ons dagelijks programma, wees met ons, o Beeld, want wij weten niet wat wij zonder u zouden moeten doen.”

Politiebewaking
Godslastering! Blasfemie! ‘Onze vader en de Tien geboden zijn compleet belachelijk gemaakt’. Waar in de studio op de avond zelf nog voorzichtig werd gelachen, riep de sketch bij veel Nederlanders woede op. De kranten schreven er schande van en publiceerden de dagen erna volop boze brieven. De Telegraaf had hier zelfs tot opgeroepen. Minister-president Victor Marijnen kwam op zondag, direct de dag na de uitzending, al met een afkeurende verklaring. Er werden Kamervragen gesteld en de verantwoordelijk minister dreigde met sancties voor de VARA. De vraag kwam op waarom het programma niet vooraf werd verboden. Dat bleek sinds de Bidault-affaire een jaar eerder niet meer mogelijk.

De VARA ontving tegen de vijfduizend boze reacties. Maar ook de panelleden van het programma zelf lagen onder vuur. Niet alleen cabaretier Peter Lohr zelf, maar vooral Mies Bouwman kreeg het te verduren. Ze was niet eens in de sketch zelf te zien, maar haar deelname aan het programma vonden de tv-kijkers ongepast. Ze ontving anonieme telefoontjes, dreigbrieven en doodsbedreigingen. Bij de opnames van de vierde aflevering was politiebewaking aanwezig. De kabels die van de televisiewagen naar de studio liepen, werden extra goed in de gaten gehouden uit angst voor sabotage.

Ondanks dreigementen vanuit de politiek, bleef het programma op de buis. De VARA had laten weten ‘geschrokken te zijn van de felheid van de reacties’ – dat was nooit de bedoeling geweest. Na de stortvloed aan haat stapte Mies Bouwman na de vierde aflevering op. Ze bleef enige tijd uit de openbaarheid. Zo is het toevallig ook nog eens een keer was nog tweeënhalf jaar lang te zien. De afleveringen zorgden nog regelmatig voor commotie: door het koninklijk huis, dictators en politici te bespotten, of door voor het eerst het woord ‘neuken’ op televisie uit te spreken. 

Een sketch over de Amsterdamse burgemeester Van Hall, die hierin langzaam krankzinnig wordt, bleek het einde in te luiden van het programma. Het bestuur van de VARA vond de tekst ongepast en wilde deze verbieden, maar de redactie hield voet bij stuk. Het programma dat het gezag ondermijnde wilde niet zelf ondermijnd worden. Enkele maanden na de laatste uitzending werd het programma onderscheiden met de Televizierring. Dat bleek achteraf onterecht: een medewerkster had met de stemmen gesjoemeld. Dat was nog eens satire.

3x geloof op tv

1. Een dagelijkse avondwijding (1951)
Op de radio was het gebed al vast onderdeel van de programmering en ook voor de televisie hadden de religieuze omroepen een eigen voorganger. Bij de KRO was dat Leopold Verhagen, die het nieuwe medium meteen omarmde. Bij de NCRV was het Johan Langstraat die, ‘als sjouwer van de Heer’, de dagafsluiting verzorgde.

2. De bloeiende perzik (1960)
“Ook het medium van de televisie moet in dienst staan van onze Hemelse Zender”, vond de voorzitter van de NCRV. Op de publieke zender werd daarom het toneelspel De bloeiende perzik uitgezonden, over mensen tijdens de zondvloed. Het verhaal was dusdanig opgefrist en gemoderniseerd, dat gelovigen het eerder een fabeltje vonden dan een religieus schouwspel – duizenden NCRV-leden zegden hun lidmaatschap op. 

3. Zoon des Mensen (1970)
Bij de BBC had de uitzending al voor opschudding gezorgd binnen kerkelijke kringen en ook in Nederland werd zorgelijk gekeken naar Zoon des Mensen. Het was een gedramatiseerde vertelling van het leven van Jezus Christus voor televisie, eindigend met zijn dood aan het kruis. De SGP wilde de uitzending koste wat kost herhalen, maar zag het tv-spel met lede ogen aan op de beeldbuis.

© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden