De televisie bereikte een groot publiek. Dat zagen bedrijven ook, die de commerciële kansen van het medium dolgraag wilden benutten. Na jarenlange strijd gaat de tv was het eindelijk tijd voor ‘de boodschappen’.

Verstoring en manipulatie
Dat de televisie als medium uitermate geschikt was voor reclame, dat stond al voor de start in 1951 vast. Bij de experimentele uitzendingen van Philips in 1949 was al reclame te zien, voor onder andere schoenen en enkele warenhuizen. Bij de komst van televisie in Nederland twee jaar later werd gekozen voor een reclameloos bestel. De politiek vond de invloed van televisie zelf al spannend en verontrustend, laat staan als reclame de kijker zou beïnvloeden. De omroepen zelf waren bang dat hun programma’s zouden worden verstoord. Vak- en consumentenbonden vreesden voor manipulatie. De dagbladen waren bang adverteerders kwijt te raken als de televisie mee zou mogen doen.

Ondertussen zaten ondernemers en bedrijven niet stil. De wilde maanden van TV Noordzee – de piratenzender die met reclame omlijst amusement flinke winsten behaalde – voerden de druk in de politiek op. Het moderniseren van het omroepbestel, met ruimte voor meer zendtijd en commercie, zorgde voor rumoer in Den Haag. In 1965 viel hierdoor zelfs het kabinet Marijnen, omdat ze niet tot een nieuwe omroepwet kwamen. Een jaar later hakte minister Marga Klompé de knoop door: programma’s zouden er voortaan even tussenuit moeten voor de boodschappen.  

maandag 2 januari 1967, 18.55 uur
Reclame, Nederland 1

De uitzending
Op maandag 2 januari 1967 verschijnt het eerste reclameblok op televisie. Omroepster Anne van Egmond legt voorafgaand het concept aan de tv-kijkers uit. De uitzendingen op Nederland 1 beginnen voortaan een kwartier eerder, met na het journaal een blok van vier minuten reclame. Dit wat weekdagen betreft: op zondag is er geen reclame. Het eerste spotje dat wordt uitgezonden, is opvallend genoeg van de Nederlandse kranten. “Zeven seconden geleden begon de reclame in de televisie. U wist het uit uw krant.” De dagbladen waren weliswaar nog altijd bang voor de concurrent, maar een regeling ter compensatie van dalende reclame-inkomsten maakte veel goed.

In het eerste reclameblok eet zanger Ramses Shaffy vervolgens een chocoladereep voor energie, spelen kinderen de ‘altijd spannende’ Jumbo-spellen en raden de wasmachinefabrikanten Calgon aan. Een uur later, voor aanvang van het journaal, zijn opnieuw vier minuten reclame te zien. Zo ook een spotje van Philips van maar liefst één minuut lang, waarin enkele danseressen te zien waren. Elk blok begint en eindigt met het logo van de STER: de Stichting Etherreclame, die de reclames verzorgt.

Miljoenen guldens
Over de toevoeging van reclames op televisie waren de meningen verdeeld. De een vond het plezierig om naar te kijken, al was het wel wat te flitsend, de ander had er meer van verwacht en hoorde vooral ‘holle kreten’. De wasmiddelreclame viel het minst in de smaak: was er iets mis met de nasynchronisatie? Voor de omroepen en de adverteerders was het eerste avondje reclame meer dan geslaagd. De reclames van 35 bedrijven brachten de eerste avond zo’n 150.000 gulden op. Een jaar later zou de totale opbrengst van de reclames op televisie op ruim 75 miljoen gulden liggen.

4x tv-reclames

1. Even Apeldoorn bellen (1985)
Terwijl de losgekoppelde caravan van het echtpaar de berg afrolde, verzuchtte de man: “Even Apeldoorn bellen”. De slogan van verzekeraar Centraal Beheer, met hun kantoor in Apeldoorn, werd misschien wel de bekendste van Nederland.

2. U moet de groenten van HAK hebben (1986)
In de weilanden tussen de verse groenten prees Martine Bijl 27 jaar lang de groenten van HAK aan, veelal samen met meneer De Haan. In het laatste spotje sprak ze koninklijk tot haar ‘weilandgenoten’ en sloot ze voor de laatste keer af met: “U moet de groenten van Hak hebben”.

3. Ik heb nog zo gezegd: geen bommetje! (1996)
“Al het goede komt van Melkunie-koeien”, was de eigenlijke slogan, maar de tv-kijker onthield vooral hoe Peer Mascini aan de rand van het zwembad kletsnat werd door een bommetje van een koe. “Ik heb nog zo gezegd: geen bommetje!”, brulde de acteur uit.

4. Supermarktmanager Henk van Dalen (2004)
Acteur Harry Piekema kon tien jaar lang niet rustig boodschappen doen dankzij zijn rol als supermarktmanager Henk van Dalen. Hij speelde in 153 spotjes van de Albert Heijn, wat hem zelfs een Gouden Loekie oeuvreprijs opleverde.

Bekijk meer beeldbepalende momenten uit 75 jaar tv:

© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden