De ene keek er vol verwachting naar uit, de ander zag het met angst tegemoet: de televisie. Jaren voor de eerste officiële uitzending gaf Philips op de Jaarbeurs een beeld van ‘het wonder’. Voor de duizenden bezoekers was het een blik in de toekomst.

Experimenteren bij Philips
“Ernst Ruhmer, reeds bekend door zijne werken over telefonie en telegrafie, zou het vraagstuk der televisie hebben opgelost.” Het was 1909 toen ’televisie’ voor de eerste keer in de Nederlandse kranten verscheen. In de jaren die volgden dook het woord sporadisch op, vooral als een mysterieus maar veelbelovend medium. Rond 1925 startte Philips in Nederland met het experimenteren met televisie. In de Eindhovense gloeilampenfabriek was al de nodige kennis over elektriciteit en glasmetaalverbindingen in huis. De recent uitgevonden televisiebuis was in feite ook niet meer dan een soort lamp en dus werd in het Natuurkundig Laboratorium gewerkt aan het nieuwste wonder der techniek.

Philipsmedewerker Freek Kerkhof gaf in 1935 een eerste demonstratie. Zijn vrouw fungeerde als eerste tv-ster. Vervolgens was het Erik de Vries die de leiding kreeg over de televisiedemonstraties van Philips in binnen- en buitenland. Daarmee mocht hij zich de eerste televisiemaker van Nederland noemen. De eerste openbare demonstratie stond gepland voor de grootse Jaarbeurs in Utrecht.

dinsdag 15 maart 1938
Philips Televisie Demonstratie

De demonstratie
Op de vijfde verdieping van de Jaarbeurs in Utrecht staat het nieuwste wonder der techniek. Vijf stuks, om precies te zijn: ‘televisieontvangsttoestellen’. Op een scherm van veertig bij vijftig centimeter zijn cabaretiers Wim Kan en Corry Vonk te bewonderen, die zich verderop in het gebouw bevinden. Achter de camera staat Erik de Vries, die de televisiedemonstratie leidt. Zo’n honderd bezoekers mogen per keer zo’n vijf minuten naar de beelden turen. In totaal zullen duizenden mensen voor het eerst tv-kijken: nog niet in hun huiskamer, maar massaal in Utrecht.

Op de Jaarbeurs worden de televisieuitzendingen met enthousiasme ontvangen. Over het geluid zijn de bezoekers enthousiast, al moeten ze toegeven dat ‘het beeld van de film in de bioscoop toch beter is’. Ook de nieuwbakken televisiesterren zelf worden aan het einde van de dag door De Telegraaf naar hun ervaringen gevraagd. Conferencier Wim Kan vindt het wel moeilijk concentreren bij zo’n televisiedemonstratie, met “Erik de Vries met zo’n enorme camera voor je neus”. Medespeler Corry Vonk is nog minder enthousiast. “In de lens kijken, op je microfoon letten en dat alles in zo’n klein hokje, het is eigenlijk geen doen.”

Te duur en te beperkt
In de dagen na de televisiedemonstraties in Utrecht schreven de kranten wisselend over de toekomst van het medium. De bezoekers waren enthousiast, zo klonk in de verslagen. Ook prins Bernhard en minister Colijn waren onder de indruk geweest. Maar ‘het wonder’ zou nog wel even op zich laten wachten. De toestellen zouden nog veel te duur zijn, het bereik (van veertig kilometer) te beperkt en nog belangrijker: wat moest er in vredesnaam worden uitgezonden? Voor hoorspelen was de radio al geschikt, actuele gebeurtenissen zag je in de bioscoop. “Het ziet er dus voor de verbreiding der televisie niet al te gunstig uit”.

Alhoewel kenners rond 1938 voorspelden dat binnen vijf jaar de eerste tv-toestellen in de huiskamers zouden staan, zou dat zeker twee keer zo lang gaan duren. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland kwamen de grote ontwikkelingen stil te liggen. Pas na de oorlog werden in Eindhoven de experimentele uitzendingen weer opgestart, dit keer met een flink tempo. Dertien jaar na de televisiedemonstratie op de Jaarbeurs zou de eerste echte televisie-uitzending een feit zijn. Dat had zonder de Tweede Wereldoorlog én met iets meer enthousiasme van Wim Kan ongetwijfeld sneller gekund.

4x televisieontwikkelingen

1. Concessie aanvragen (1935)
Ondanks twijfels over de haalbaarheid en het nut van televisie in Nederland, vroegen enkele (radio)omroepen in 1935 al een concessie aan voor televisie-uitzendingen. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verdwenen deze wensen naar de achtergrond, evenals de verdere ontwikkeling en experimenten van de televisie.

2. Een nieuw tv-toestel (1946)
Ondanks dat een groot deel van het fabrieksterrein in Eindhoven was verwoest, toonde Philips in januari 1946 een vernieuwd tv-toestel aan de pers. Erik de Vries leidde de presentatie. De journalisten waren onder de indruk van het ‘haarscherpe beeld’.

3. Experimentele uitzendingen (1948)
In het voorjaar van 1948 startte de Philips Experimentele Televisie (PET). Drie avonden per week waren er zo’n anderhalf uur lang programma’s te zien. De uitzendingen werden aan elkaar gepraat door Bep Schaefer, secretaresse bij Philips, die zo de eerste omroepster in Nederland werd. Hoge kijkcijfers waren er niet: een avondje televisie trok zo’n vierhonderd kijkers, vrijwel allemaal Philips-medewerkers.

4. Een tweejarig televisie-experiment (1951)
In politiek Den Haag wilden ze nog niets weten van de televisie (‘gevaarlijk’, ‘overbodige luxe’). Pas toen Philips dreigde zelf in heel Nederland te gaan uitzenden, ging het kabinet alsnog overstag: tijdens de ministerraad van 2 mei 1952 werd besloten tot een televisie-experiment van twee jaar. 

© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden