
Het eerste televisie-program
De Nederlandse Televisie Stichting gaat van start
2 oktober 1951
In het cafe, in de etalage of bij de buren: duizenden Nederlanders wilden een opvangen van de eerste tv-uitzending in Nederland. Vanuit een snikhete studio Irene in Bussum werden de kijkers warm gemaakt voor het medium dat het leven zou veranderen.

Na maanden van moeizame voorbereiding, waarin door de betrokken partijen het voor en tegen nauwkeurig is overwogen, zal de Televisie dan in October haar intrede doen. (…) Weliswaar heeft de regering tijdens de televisieconferentie in Den Haag haar standpunt ten opzichte van de televisie uiteengezet, doch moeilijk kan men concluderen dat het gehele televisieprobleem in de komende twee experimentele jaren voor de omroepen enerzijds en de kykers anderzijds een „open boek” is geworden.
De Maasbode, 22 september 1951

“Een televisiespel als deze ‘Toverspiegel’ is een object dat al aanstonds hoge eisen stelt aan alle artistieke en technische medewerking. Slaagt het niet volkomen – dan zullen wij ons troosten met de gedachte: naderhand steeds beter. (…) Ook al weten we, dat onze verrichtingen voorlopig nog worden gadegeslagen door een beperkt (maar, naar wij vertrouwen, snel groeiend) aantal kijkers.”
Regisseur Erik de Vries in De Telegraaf, 1 oktober 1951
Ongewenst en onnodig
Verguld over de technische mogelijkheden – en het toekomstig kunnen verkopen van deze wonderdozen naast de gloeilampen en radio’s – was Philips in Nederland pionier op televisiegebied. Buiten Eindhoven was het enthousiasme een stuk lager, zeker in Den Haag, Hilversum en omgeving.
Principieel tegenstander was Willem Drees. De premier, die zuinigheid tot professie had verheven, vond de televisie een ongewenst en onnodig luxeproduct ten tijde van wederopbouw. Ook andere politici vreesden de negatieve invloeden van het medium. Met een schuin oog werd gekeken naar televisie in het buitenland, met name de Verenigde Staten. Het geweld, of nog erger, het platte amusement dat erop te zien was, strookte niet met de sobere Nederlandse cultuur. Bovendien waren er veel deskundigen die vreesden dat de jeugd ‘bedorven’ zou raken door dit nieuwe medium.
Enkele omroepen die reeds radio verzorgden waren in de jaren dertig nog enthousiast over de komst van televisie, maar kregen al snel koudwatervrees. Het maken van televisie zou zeer duur zijn en de meerwaarde onbekend. Bovendien zaten radiomakers en de bioscoopbond ook niet op een concurrerend medium te wachten.
Het was Philips die de druk op de regering uiteindelijk opvoerde. Het bedrijf zou failliet gaan als er geen televisie zou komen, zo klonk het dreigement. Of anders moesten ze zelf maar televisie gaan maken, buiten de overheid en de verzuilde omroepen om. In de ministerraad op 2 mei 1951 werd daarom besloten tot een tweejarig televisie-experiment. De omroepen werkten samen in de Nederlandse Televisie Stichting. Philips leende de apparatuur uit en een voormalige kerk in Bussum werd als Studio Irene in gebruik genomen. Precies vijf maanden na het besluit zou de eerste tv-avond een feit worden.
dinsdag 2 oktober 1951, 20.15 uur
Televisie-program, NTS
Aantal kijkers: circa 20.000
De uitzending
Om kwart over acht ‘s avonds verschijnt er plotsklaps een vlaggetje met de letters NTS erop in beeld. Het is de start van de uitzending van de Nederlandse Televisie Stichting. Een ventilator in de studio moet ervoor zorgen dat het vlaggetje vrolijk wappert. Aan journaliste en eerste omroepster van dienst Jeanne Roos om de eerste officiële televisieuitzending in Nederland in te leiden. De rest van de avond, die zo’n anderhalf uur duurt, zullen vooral mannen het woord voeren, live vanuit Studio Irene te Bussum.
Als eerste is Jo Cals aan de beurt, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn toespraak had net zo goed op de radio uitgezonden kunnen worden, maar door voor het eerst in beeld te verschijnen, kon hij zijn dreigende woorden extra kracht bijzetten. “Dit is het moment waarop we ons moeten bezinnen of deze verworvenheid inderdaad een overwinning des geestes is. Wij zullen ervoor moeten zorgen, dat de techniek middel blijft en niet een doel op zichzelf wordt, anders zou het de dood van de cultuur betekenen.” Tot zover de feestvreugde op de televisie. Na de toespraak knapt een van de studiolampen gevuld met kwik vlak boven het hoofd van de staatssecretaris. Hij wordt net op tijd door een technicus meegenomen. Dát was pas televisie geweest.
Na de waarschuwingen vanuit de politiek komt pater, professor en theoloog J.B. Kors aan het woord, tevens voorzitter van de KRO en de net opgerichte NTS. Hij vraagt vooral begrip voor mogelijke technische mankementen in deze experimentele fase. En er is een internationale gast: BBC-directeur Sir William Haley. Hij spreekt over het wonder van de ontwikkeling – in het Engels, zonder ondertiteling. Vervolgens worden nog instructiefilm (De leek en televisie), een film over het vervaardigen van kerkklokken (met natuurlijk een katholiek tintje) en nóg een toespraak uitgezonden. En dan is het tijd voor: pauze.
Terwijl voor de kijkers thuis een pauzebordje verchijnt en wat muziek klinkt, wordt in Bussum in tien minuten de studio verbouwd voor het eerste televisiespel: De Toverspiegel. Het thema is, uiteraard, televisie. Televisiepionier van Philips Erik de Vries is een van de regisseurs. Een tovenaar laat aan zijn leerling zien (gespeeld door de elfjarige Louis Bouwmeester Jr.) hoe het leven er in het jaar 1600 uitzag en in het jaar 2600 eruit zal zien. Actrice Hetty Blok speelt de vrouw uit de toekomst, die kan bellen met een ‘televifoon’. Haar futuristische plastic kostuum is door de hitte in de studio volledig doorweekt.
Rond tien uur – een kwartier later dan gepland – zit de eerste televisieavond erop. “Tot kijk”, besluit Jeanne Roos. Het beeld gaat op zwart. In de (inmiddels snikhete) studio in Bussum heerst euforie. De eerste uitzending zit erop, met slechts één technische hapering. Na afloop betreden twee medewerkers van de arbeidsinspectie de studiovloer. Zij hadden op televisie de elfjarige Louis aan het werk gezien. Kinderarbeid, dat wordt een proces verbaal. Maar door de drukte en feeststemming in de studio, keren ze onverrichterzake huiswaarts.

Vele tienduizenden hebben „gekeken”. Niet dat zij zelf allen een televisie-toestel bezaten, maar in café’s, restaurants, in radio-, pardon, televisie-winkels, voor etalages waar televisie-toestellen waren opgesteld, overal dromden de mensen samen. En bij de gelukkigen, die een eigen toestel hadden, was er familie-bijeenkomst. De eerste televisie-uitzending is gepaard gegaan met verkeersopstoppingen, met gebroken ruiten, met in verdrukking geraakte mensen. Het was een sensatie, zoals we de laatste jaren niet hebben beleefd.
Algemeen Dagblad, 3 oktober 1951

Er zat – onvermijdelijk – te veel officieels in dit eerste programma. Mr. Cals noch prof. Kors hebben een voldoende beweeglijk gezicht dan dat zij er in konden slagen de toeschouwers door de aanblik, welke zij boden, langer dan enige minuten te boeien. Zij boeien eigenlijk maar net zoveel tijd als men nodig heeft om bij zichzelf te mompelen: ‘Hee, is hem dat nou!’ – en te concluderen: ‘Ja, zo had ik hem me voorgesteld’ of: ‘Gunst, als ik nou gedacht had dat hij er zó zou uitzien.’
De Tijd, 3 oktober 1951
Beter dan verwacht
De televisie laat op de eerste avond meteen haar kracht zien. De euforie in de studio, is ook in grote delen van het land merkbaar. Ondanks het geringe aantal van vierhonderd tv-toestellen in Nederland, hebben duizenden mensen de eerste televisiebeelden gezien. Verzameld voor winkeletalages, in cafés of bij rijke familie en vrienden thuis wordt er in grote groepen naar kleine schermpjes gekeken. De reacties zijn positief. “Beter dan ik gevreesd had”, aldus de directeur van de AVRO. Het Parool spreekt van een experiment op ‘technisch hoog peil’. Trouw stelde dat de eerste uitzending zeer verschillend is ontvangen – op technisch gebied dan. ‘Haarlem: redelijk. Groningen: sneeuw. Enschede: vaag’. De twee televisietoestellen die zich op Texel bevonden lieten een negatief beeld zien. Het zou nog jaren duren voor op de Waddeneilanden fatsoenlijk televisie gekeken kon worden.
De politiek reageerde vooral opgelucht na de eerste uitzending. Het was ze ‘allemaal meegevallen’. Dat de televisie de komende decennia voor veel opschudding zou gaan zorgen, was al te voorzien.
5x omroepen
1. AVRO (5 oktober 1951)
De Algemene Vereniging Radio Omroep was als eerste omroep aan de beurt en mocht de tweede ‘uitgaansavond’ verzorgen. Het werd een geslaagd en gevarieerd programma met sport, cabaret en een dierenrubriek van Artis-directeur Portielje, die een reuzenpad had meegenomen naar de studio. De AVRO-avond werd afgesloten met het eerste weerbericht van de Nederlandse televisie.
2. VARA (9 oktober 1951)
De Vereniging van Arbeiders Radio Amateurs trapte haar tv-avond af met een kraaiende haan. Uiteraard volgde een toespraak van de omroepvoorzitter, die trots sprak dat “het socialisme ook via deze nieuwe techniek kan doordringen tot het Nederlandse volk”. Daarna was het tijd om te lachen met een satirisch poppenspel van Bert Brugmans.
3. NCRV (12 oktober 1951)
De Nederlandse Christelijke Radio Vereniging liet zien dat televisie ook voor serieuze zaken was. Voorzitter Roosjen waarschuwde op televisie voor de gevaren van… televisie. Met een reportage van de begrafenis van Anton Philips werd het niet bepaald een gezellig tv-avondje.
4. KRO (16 oktober 1951)
De Katholieke Radio Omroep verzorgde de beste tv-avond, oordeelde de Volkskrant. Niet de demonstratie pottenbakken, maar de reportage over het Instituut voor Doofstommen in Sint Michelsgestel maakte indruk op de kijkers. In de studio in Bussum verzorgden enkele doofstomme meisjes daarna nog een dans.
5. VPRO (22 april 1952)
De Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep mocht maanden later als vijfde en voorlopig laatste het televisie-experiment invullen. Dat deden ze op eigenzinnige wijze, met een programma volledig gewijd aan de vrijetijdsbesteding. De optredens van een lucifersetiketten-verzamelaar en een bouwer in flessen kon de kijker niet volledig boeien, stelde Het Vrije Volk.
Bekijk meer beeldbepalende momenten uit 75 jaar tv:
© 75 Jaar TV / Menno Woudt (2026) Alle beelden behoren tot de rechthebbenden